|
| Boodschappen |
Supermarkt
Chinese supermarkt in Nieuw-ZeelandEen supermarkt is een relatief grote
zelfbedieningswinkel waar voedingsmiddelen en huishoudelijke artikelen worden
verkocht. Men spreekt van een supermarkt als er behalve levensmiddelen ook
groente en vlees wordt verkocht. Soms behoren kleding en medicijnen ook tot het
assortiment. Supermarkten zijn vaak onderdeel van een keten die in een regio,
land of zelfs meerdere landen winkels heeft.
De eerste supermarkten of zelfbedieningszaken verschenen in het begin van de 20e
eeuw in de Verenigde Staten. Vóór die tijd werden voedingsmiddelen verkocht door
kleine kruideniers. Vanaf de zestiger jaren van de twintigste eeuw namen
supermarkten in Nederland een grote vlucht. Eerst kwamen er kleine winkels,
later werden ze groter en werden ze bijvoorbeeld in een leegstaande kerk
gevestigd. Vervolgens kwamen ze terecht in speciale gebouwen, vaak als deel van
een winkelcentrum. Met de steeds grotere automobileit vestigden zich de
allergrootste supermarkten aan de rand van de steden. Tegen het einde van de 20e
eeuw waaide het supermarktconcept (winkelwagentje vullen en aan het eind
afrekenen bij de kassa) ook over naar andere branches zoals doe-het-zelf-,
meubelzaken (IKEA) en zaken voor huishoudelijke artikelen (Blokker).
De supermarkt betekende een revolutie voor het boodschappen doen, dat destijds
voornamelijk door vrouwen werd gedaan. In plaats van lang in de rij te staan bij
de kruidenier en te luisteren naar allerhande nietszeggende praatjes, inclusief
het bekende "mag het ietsje meer zijn" konden de vrouwen zelf hun boodschappen
uitzoeken.
De supermarkten betekenden ook een revolutie in verpakkingsmateriaal. Werd bij
de kruidenier vrijwel alles afgewogen in aparte papieren zakken verpakt, in de
supermarkt ligt alles zo aantrekkelijk mogelijk verpakt, met verschillende
merken en verschillende hoeveelheden.
Verkochten de supermarkten oorspronkelijk alleen kruidenierswaren, later
begonnen ze ook vlees, kaas en groenten te verkopen. De komst van de
supermarkten heeft hierdoor tot gevolg gehad dat zeer veel kleine,
gespecialiseerde, winkels zijn verdwenen.
Hypermarkten
In Nederland zijn supermarkten meestal klein van opzet, zeker als dit wordt
vergeleken met de grote superstores of hypermarkten in het buitenland. Een
gemiddelde supermarkt heeft een vloeroppervlakte van 1500 M². Het
Bijenkorfconcern heeft in de jaren zeventig een keten van hypermarkten opgezet,
onder de naam Maxis. Verder heeft de Gruyter het geprobeerd met het merk
Trefcenter. Deze keten is later opgegaan in dezelfde Maxis. In 2002 is Ahold
gestart met zes AH XL die ongeveer 4000 M² vloeroppervlakte hebben. Hierbij is
ook net als in het buitenland een plaats vrijgehouden voor non-food zoals
drogisterij-artikelen en electronica-artikelen. Een reden voor de kleinere opzet
van supermarkten in Nederland is de regelgeving voor de verkoop van voedsel, dat
in de meeste plaatselijke gemeenteverordening alleen binnen de bebouwde kom
wordt toegestaan.
Hoogvliet
Hoogvliet filiaal in Rijswijk (zh)Hoogvliet is een supermarktketen die in 1932
werd opgericht door Leen Hoogvliet. In 1965 werd de eerste zelfbedieningszaak
geopend, die toen de naam Cash & Carry droeg. Deze naam werd echter ook gebruikt
door andere winkeliers, zodat het al snel de naam Hoogvliet werd.
Bij de huidige Hoogvliet supermarkten wordt de vracht met een uniek systeem
aangeleverd. Zo rijden er vrachtwagens die een bak hebben die los kan, zodat de
vrachtwagen snel weer terug kan.
Een filiaal in Zoetermeer is pionier met een systeem waardoor winkelwagentjes
niet meer in de wijk kunnen rondzwerven. Rond de winkel en aangrenzende
parkeerplaatsen is een ringleiding ingegraven en de wagentjes zijn voorzien van
een mechanisme dat een wiel blokkeert zodra ze over de ringleiding heenrijden.
Een wagentje wordt dus onbruikbaar zodra het de ring verlaat.
Momenteel heeft Hoogvliet filialen in Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en
Gelderland.
Supermarkt
Een supermarkt is een relatief grote zelfbedieningswinkel waar voedingsmiddelen
en huishoudelijke artikelen worden verkocht. Men spreekt van een supermarkt als
er behalve levensmiddelen ook groente en vlees wordt verkocht. Soms behoren
kleding en medicijnen ook tot het assortiment. Supermarkten zijn vaak onderdeel
van een keten die in een regio, land of zelfs meerdere landen winkels heeft.
De eerste supermarkten of zelfbedieningszaken verschenen in het begin van de 20e
eeuw in de Verenigde Staten. Vóór die tijd werden voedingsmiddelen verkocht door
kleine kruideniers. Vanaf de zestiger jaren van de twintigste eeuw namen
supermarkten in Nederland een grote vlucht. Eerst kwamen er kleine winkels,
later werden ze groter en werden ze bijvoorbeeld in een leegstaande kerk
gevestigd. Vervolgens kwamen ze terecht in speciale gebouwen, vaak als deel van
een winkelcentrum. Met de steeds grotere automobileit vestigden zich de
allergrootste supermarkten aan de rand van de steden. Tegen het einde van de 20e
eeuw waaide het supermarktconcept (winkelwagentje vullen en aan het eind
afrekenen bij de kassa) ook over naar andere branches zoals doe-het-zelf-,
meubelzaken (IKEA) en zaken voor huishoudelijke artikelen (Blokker).
De supermarkt betekende een revolutie voor het boodschappen doen, dat destijds
voornamelijk door vrouwen werd gedaan. In plaats van lang in de rij te staan bij
de kruidenier en te luisteren naar allerhande nietszeggende praatjes, inclusief
het bekende "mag het ietsje meer zijn" konden de vrouwen zelf hun boodschappen
uitzoeken.
De supermarkten betekenden ook een revolutie in verpakkingsmateriaal. Werd bij
de kruidenier vrijwel alles afgewogen in aparte papieren zakken verpakt, in de
supermarkt ligt alles zo aantrekkelijk mogelijk verpakt, met verschillende
merken en verschillende hoeveelheden.
Verkochten de supermarkten oorspronkelijk alleen kruidenierswaren, later
begonnen ze ook vlees, kaas en groenten te verkopen. De komst van de
supermarkten heeft hierdoor tot gevolg gehad dat zeer veel kleine,
gespecialiseerde, winkels zijn verdwenen.
Hypermarkten
In Nederland zijn supermarkten meestal klein van opzet, zeker als dit wordt
vergeleken met de grote superstores of hypermarkten in het buitenland. Een
gemiddelde supermarkt heeft een vloeroppervlakte van 1500 M². Het
Bijenkorfconcern heeft in de jaren zeventig een keten van hypermarkten opgezet,
onder de naam Maxis. Verder heeft de Gruyter het geprobeerd met het merk
Trefcenter. Deze keten is later opgegaan in dezelfde Maxis. In 2002 is Ahold
gestart met zes AH XL die ongeveer 4000 M² vloeroppervlakte hebben. Hierbij is
ook net als in het buitenland een plaats vrijgehouden voor non-food zoals
drogisterij-artikelen en electronica-artikelen. Een reden voor de kleinere opzet
van supermarkten in Nederland is de regelgeving voor de verkoop van voedsel, dat
in de meeste plaatselijke gemeenteverordening alleen binnen de bebouwde kom
wordt toegestaan.
Blokker (winkelketen)
Blokker is een Nederlandse keten van winkels in huishoudelijke artikelen.
Op 25 april 1896 richtten Jacob en Saapke Blokker in Hoorn De goedkope IJzer- en
Houtwinkel op. Vanaf de jaren 1930 openden hun vier zonen onder de naam
Gebroeders Blokker diverse andere winkels in de Randstad. Die traditie werd door
hun nazaten voortgezet.
Momenteel heeft de Blokker Holding meer dan 2600 winkels in 13 landen. Behalve
Blokker heeft de winkelorganisatie winkels met namen als Bart Smit/E-Plaza/Gifts
and Dreams, Intertoys, Leen Bakker, Marskramer, Xenos, Giraffe, Hoyng,
Tuincentrum Overvecht, en Casa.
Kruidenier
Onder kruidenier verstaan we een kleinschalige winkel in levensmiddelen met
bediening van achter een toonbank. Het aantal kruidenierswinkels nam een hoge
vlucht toen na de reis van Cornelis Houtman de handel met de koloniën opkwam. In
de Middeleeuwen waren er al `crudeners'. Zij waren dankzij hun kruiden vaak ook
een soort drogist. Zij verkochten toen inheemse geneeskundige kruiden,
keukenkruiden, zuidvruchten en specerijen.
Vanaf de zeventiende eeuw werd wettelijk vastgelegd dat kruideniers, die zich
vanaf de veertiende eeuw verenigden in een Sint Nicolaasgilde, geen
geneeskundige artikelen mochten verkopen.
Typisch voor het interieur van de kruidenier was het gebruik van weegschalen en
gewichten. Aangezien de kruidenier geen voorverpakte waren verkocht maar deze
schepte uit grote zakken, had hij deze hulpmiddelen zeker nodig. Voor ons
typische kruidenierswaren zoals koffie en thee kwamen pas vanaf de tweede helft
van de zeventiende eeuw in het assortiment, boter en kaas nog veel later,
vanwege het gebrek aan koeling.
In de negentiende eeuw werden voorverpakte (merk)artikelen geïntroduceerd. In de
periode na de Tweede Wereldoorlog tot in de zestiger jaren kon men bij een
kruidenier ook petroleum kopen voor oliestook of voor het petroleumstel om op te
koken. Bij sommigen kon men ook emmers met heet water halen voor de was en
dergelijke (zelf verzinkte- of geëmailleerde emmers meenemen!), omdat er toen
nog weinig huizen een geiser, boiler of een ander waterverwarmingsapparaat
hadden. Deze kruideniers werden ook wel waterstokers genoemd.
De eerste echte zelfbedieningswinkels zoals wij ze tegenwoordig kennen, werden
pas omstreeks 1955 geopend. De concurrentie van de supermarkten is veel
zelfstandige kruideniers noodlottig geworden. De afname van de kleinschalige
kruidenierswinkels kwam echter al voor de Tweede Wereldoorlog op gang,
voornamelijk door de recessie van rond 1930.
De moeilijke tijden voor kruideniers maakten dat ze op elke cent letten. Het
hebben van een "kruideniersgeest" is een nog altijd in de taal rondwarende
negatieve aanduiding voor het teveel op kleine besparingen letten, ten koste van
overzicht op een hoger niveau.
IKEA
Een IKEA-winkel in MadridIKEA is een van oorsprong Zweeds concern, met
vestigingen over de gehele wereld. Het richt zich op het aanbieden van
betaalbare meubelen en woonartikelen, die deels zelf in elkaar gezet moeten
worden.
Het concept bestaat uit het aanbieden van kwaliteitsartikelen tegen een lage
prijs. Er worden eisen gesteld aan het productieproces. IKEA eist bijvoorbeeld
van haar leveranciers dat er bij de productie geen gebruik is gemaakt van
kinderarbeid. Maar IKEA stelt met al haar leveranciers ook plannen op om op
gebied van andere sociale aspecten en aangaande de milieubelasting stapsgewijs
tot verbetering te komen.
Er zijn 220 IKEA vestigingen in 33 landen (2005). Ongeveer 200 vestigingen zijn
het bezit van IKEA, de rest zijn franchises. De rechtsvorm waaronder het bedrijf
wereldwijd zaken doet is een Nederlandse besloten vennootschap genaamd Inter
IKEA Systems B.V welke is gevestigd in Delft.
Geschiedenis
Het bedrijf is in 1943 opgericht door de Zweed Ingvar Kamprad. Deze is op dat
moment 17 jaar oud, en heeft al wat geld gespaard door kleinschalige verkoop van
producten aan boeren in de buurt. Hij begint een bedrijfje met geld dat hij als
eindexamencadeau krijgt van zijn vader. Als naam kiest hij IKEA; een
samenstelling van de initialen van de oprichter (I.K.) en de eerste letters van
Elmtaryd en Agunnaryd, respectievelijk de boerderij en het dorp waar hij
opgroeide.
Aanvankelijk verkoopt Kamprad allerlei goederen tegen een lage prijs. Het
bedrijf groeit, en in 1947 begint IKEA meubels te verkopen, die in de buurt van
Agunnaryd worden gemaakt. In 1951 schakelt het bedrijf geheel op meubelverkoop
over. In de loop van de jaren vijftig ontstaat IKEA zoals we het nu kennen; in
1953 wordt de eerste toonzaal geopend in de plaats Älmhult in het zuiden van
Zweden, en een paar jaar later wordt besloten om zelfmontage toe te passen.
In 1973 wordt in Zürich de eerste IKEA-vestiging buiten Scandinavië geopend.
Concept
In elke winkel van het concern staat, vaak bij zowel de personeels- en de
klanteningang, het concept groot op een muur geschreven: 'Het aanbieden van een
zo breed mogelijk assortiment functionele woonartikelen van een goede
vormgeving, tegen zulke lage prijzen dat zoveel mogelijk mensen in staat zijn
deze artikelen te kopen'.
Het is onderdeel van het IKEA-concept dat het personeel niet direct op de klant
afloopt. In de zgn speciality shops (Keukens/Vloeren/Oosterse Tapijten) is het
gebruikelijker dat medewerkers ongevraagd een klant benaderen.
IKEA in Nederland
Op 30 november 1978 gaat in Sliedrecht het eerste IKEA woonwarenhuis van
Nederland open. Maar in tegenstelling tot wat vaak wordt verteld, liep het in
het begin helemaal niet storm. Pas toen de IKEA-stijl door diverse woonbladen
werd opgepikt begon het balletje te rollen.
In 1982 werd in Amsterdam aan de Stadhouderskade een zogenaamde cataloguswinkel
geopend, je kon er alleen kleine artikelen kopen, grotere artikelen konden
worden opgehaald aan de andere kant van de stad. Daarna volgde een echte nieuwe
vestiging in Duiven. Op de dag van de opening stonden al om vijf uur honderden
mensen te wachten voor de deur. In 1985 kon IKEA van de binnenstad van Amsterdam
verhuizen naar het nieuwe bedrijventerrein Amstel III in Amsterdam Zuidoost. In
1992 gingen de deuren van de vestigingen van Delft en Eindhoven open.
Na 1994 werd gekozen voor een snelle expansie en groei van het marktaandeel.
Nooit eerder verrezen in zo korte tijd zoveel vestigingen; Heerlen (1994),
Utrecht (1996) en Groningen (1997, nadat daar al eerder ook een cataloguswinkel
stond) waren de nieuwe pijlers van de organisatie.
Na de eeuwwisseling werd IKEA Barendrecht (2000) geopend. Het jaar daarop volgde
Hengelo, terwijl de vestiging in Amsterdam een megaverbouwing onderging. In 2003
kwam vestiging Breda erbij en werd ook de vestiging in Utrecht verbouwd. Doordat
de vestiging in Groningen uit zijn voegen barste werd een grotere gebouwd. In
februari 2005 werd een vestiging in Haarlem geopend.
Op 23 augustus 2006 gaat de nieuwe vestiging in Amersfoort open. De opbouw van
de vestiging is op 20 februari 2005 begonnen. Voor de vestigingen in de buurt,
Utrecht en Amsterdam en Duiven en Haarlem, gaat dit ten koste van ervaren
personeel en natuurlijk een beetje omzet. Men gaat er vanuit, gezien de ervaring
uit het verleden, dat dit binnen 2 jaar weer op het oude niveau is van daarvoor.
Verder zijn er vergevorderde plannen voor een veertiende vestiging, in
Leiderdorp.
Op 9 maart 2006 heeft de directie van IKEA Nederland tijdens een vergadering
besloten om IKEA Sliedrecht te sluiten. Reden is dat de vestiging met 14.600 m²
te klein is geworden om het volledige winkelconcept uit te kunnen dragen. Het
personeel van de vestiging Sliedrecht kreeg het besluit op zaterdag 11 maart te
horen. Alle 190 medewerkers van IKEA Sliedrecht hebben een baan- en
functiegarantie gekregen, ze mogen ook de vestiging uitzoeken waar ze willen
werken. En eventuele verhuiskosten komen ook voor rekening van IKEA Nederland.
Inmiddels is IKEA Utrecht in gesprek met de gemeente Utrecht voor verdere
uitbreiding van deze vestiging,en verdere aanpassing van de meubelboulevard.
Utrecht is in het huidige pand, vanaf 1 juli 2006, met 17.500 m² de kleinste
IKEA vestiging van Nederland.
IKEA in België
IKEA heeft in België momenteel (2005) zes vestigingen. In 1984 opende IKEA zijn
eerste vestigingen in België, in Zaventem en Ternat (nabij Brussel). Een jaar
later volgden Hognoul (nabij Luik) en Wilrijk (bij Antwerpen); Anderlecht en
Aarlen (augustus 2005) zijn in 2005 de meest recente Belgische IKEA-vestigingen.
De vestiging van Zaventem is onlangs verhuisd in een nieuw gebouw op het
industrieterrein, op enkele honderden meters van de vorige vestiging. Voor de
opening van de voorlopig laatste Belgische vestiging, in Gent, is nog geen datum
bekend.
Trivia
In Nederland circuleert de grap dat de afkorting IKEA staat voor Ik Koop Echt
Alles of de grove versie: Idioten Kopen Echt Alles. Ook Ik Koop Ergens Anders
wordt wel als quasi betekenis genoemd.
Tuincentrum
Een tuincentrum is een winkel gespecialiseerd in de verkoop van tuinartikelen.
Vaak zijn winkelcentra in broeikassen gevestigd en hebben ze ook een
buitengedeelte. In tuincentra worden bomen, planten, zaden en tuingereedschap
verkocht, maar ook veel andere artikelen zoals tuinmeubels, bestrating en
kunstwerken (uit beton of kunststof gegoten).
Tuincentra zijn in de loop der jaren steeds meer artikelen gaan verkopen zoals
versieringen voor in het huis en met de Kerst en artikelen voor (huis)dieren.
Bouwmarkt
Een bouwmarkt in DelftEen bouwmarkt is een winkel die hoofdzakelijk
doe-het-zelf-producten verkoopt.
De belangrijkste producten van een bouwmarkt zijn:
Materieel en Gereedschap, zoals boren, zagen, schuurmachines e.d.
Ruwe materialen, zoals hout, verf en schroeven.
Kant-en-klaarproducten of zelfbouwproducten, zoals kasten die alleen nog maar in
elkaar gezet hoeven te worden.
In feite is in de meeste bouwmarkten, op meubels na, alles te koop om een in
ruwbouw afgewerkt huis klaar te maken om in te wonen, maar in de grotere
bouwmarkten zijn ook materialen te koop om huizen te bouwen.
Bouwmarktketens in Nederland
Gamma
Praxis
Formido
Karwei
Hornbach
Fixet
Mastermate
Hubo
Bouwmarktketens in België
Brico
Gamma
|
|
|